Algemene Voorwaarden
De volgende voorwaarden bevinden zich op deze pagina:
-
Algemene voorwaarden voor de uitvoering van Bestratingswerken
-
Algemene Koop en Verkoopvoorwaarden Bestratingsmaterialen
-
Voorwaarden: Huur en Verhuur GWW Materialen
-
Toelichting op de overeenkomst en de algemene voorwaarden voor de huur- en verhuur van GWW-materieel
Algemene voorwaarden voor de uitvoering van bestratingswerken.
Artikel 1. Toepassing algemene voorwaarden
1.1 Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle aanbiedingen voor bestratingswerken en op alle overeenkomsten die daaruit voortvloeien.
1.2 Afwijkingen hiervan of aanvullingen op deze voorwaarden zijn slechts geldig voor zover deze van geval tot geval uitdrukkelijk en schriftelijk zijn overeengekomen.
Artikel 2. Aanbiedingen
2.1 De opdrachtnemer zal schriftelijke aanbiedingen gedurende 30 dagen gestand doen.
2.2 Alle aanbiedingen zijn exclusief omzetbelasting. Het bedrag van de omzetbelasting wordt afzonderlijk in de prijsaanbieding vermeld.
2.3 De in de aanbieding genoemde prijzen zijn gebaseerd op de datum van aanbieding geldende belastingen, heffingen, lonen, sociale lasten, materiaal en andere kosten.
2.4 Indien na de datum van de aanbieding één of meer van de kostencategorieën een wijziging ondergaan is de opdrachtnemer gerechtigd de overeengekomen prijs te wijzigen overeenkomstig de geldende risicoregeling (doorgaans de risicoregeling G.W.W.) en het overeengekomen loonbestanddeel, voor zover de termijn tussen de datum van prijsaanbieding en de (op)levering een tijdvak van 6 maanden heeft overschreden. De risicoregeling wordt desgewenst aan de opdrachtgever ter beschikking gesteld.
Artikel 3. Opdracht
3.1 De overeenkomst komt tot stand door opdracht tot het werk op grond van de aanbieding, tenzij
door partijen een nadere schriftelijke overeenkomst wordt gesloten.
Partijen zijn vanaf dat moment aan de overeenkomst gebonden, mits de inhoud van de overeenkomst niet binnen een week na verzending van de schriftelijke bevestiging of nadere schriftelijke overeenkomst wordt betwist.
3.2 Indien geen opdracht wordt verleend is de opdrachtnemer slechts dan gerechtigd een vergoeding te vragen voor alle met de prijsaanbieding verband houdende werkelijk gemaakte kosten, indien hij dit heeft bedongen.
Artikel 4. Aanvang en duur van het werk
4.1 Het tijdstip van de aanvang van het werk wordt in de overeenkomst vastgelegd.
4.2 Indien wijziging van het overeengekomen tijdstip van aanvang c.q. uitvoering van het werk niet binnen redelijke termijn aan de wederpartij wordt meegedeeld, heeft de benadeelde partij, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 4.3 en 4.4, recht op de hieruit voortvloeiende schade en andere extra kosten.
4.3 Indien de opdrachtnemer zijn verplichtingen terzake van de aanvang of de voortzetting van het werk niet nakomt, kan de opdrachtgever hem per aangetekende brief sommeren binnen een redelijke termijn met de uitvoering aan te vangen of het werk voort te zetten.
4.4 De opdrachtgever is bevoegd het werk door een derde te doen uitvoeren respectievelijk voort te laten zetten, indien de opdrachtnemer na verloop van 1 week van de door de opdrachtgever gestelde termijn zonder gegronde reden in gebreke blijft. De opdrachtnemer kan worden verplicht de eventuele meerprijs en/of de extra gemaakte kosten te betalen.
Artikel 5. Inhoud en omvang van het werk
5.1 Het bestek maakt onderdeel uit van de overeenkomst. Tot het bestek worden gerekend de beschrijving van het werk als genoemd in de overeenkomst en verder de daarbij behorende tekeningen, de voor het werk geldende voorwaarden, voor zover in de overeenkomst daarnaar is verwezen, de nota van inlichtingen en het proces verbaal van aanwijzing. Indien de tekening afwijkt van de technische omschrijving prevaleert de laatste.
5.2 Wijzigingen in het bestek, de overeenkomst of de voorwaarden van uitvoering zullen schriftelijk worden overeengekomen. Indien een nadere schriftelijke overeenkomst ontbreekt, rust het bewijs van de wijziging op degene die daarop een beroep doet.
5.3 Verrekening van meer en minderwerk vindt plaats:
1. ingeval van wijziging(en) in de opdracht dan wel de voorwaarden van uitvoering;
2. ingeval van wijziging(en) als gevolg van aanwijzingen door of vanwege de overheid op grond van wettelijke voorschriften of beschikkingen, tenzij de opdrachtnemer deze bij het sluiten van de overeenkomst kende of had moeten kennen;
3. ingeval van afwijkingen van de bedragen van de stelposten en verrekenbare hoeveelheden;
4. in de gevallen waarin verrekening als meer en minderwerk in deze voorwaarden of de overeenkomst is voorgeschreven.
5.4 Indien het totaal van het minderwerk dat van het meerwerk overtreft, is de opdrachtnemer gerechtigd een bedrag gelijk aan 10% van het verschil van die totalen aan de opdrachtgever in rekening te brengen.
Artikel 6. Verplichtingen van de opdrachtgever
6.1 De opdrachtgever zorgt ervoor dat de opdrachtnemer tijdig kan beschikken over:
de vergunningen, ontheffingen en dergelijke die voor de opzet en uitvoering van het werk volgens het bestek vereist zijn;
het terrein waar het werk moet worden uitgevoerd;
de benodigde tekeningen, berekeningen en andere noodzakelijke gegevens;
over voldoende gelegenheid voor aanvoer, opslag en/of afvoer van bouwstoffen, materialen en werktuigen;
verstrekkingen die de opdrachtgever ingevolge de overeenkomst doet.
6.2 De opdrachtgever draagt de verantwoordelijkheid voor de door of namens hem voorgeschreven constructies en werkwijzen, daaronder begrepen de invloed die daarop door de bodemgesteldheid wordt uitgeoefend, alsmede voor de door of namens hem gegeven orders en aanwijzingen.
6.3 De opdrachtgever dient ervoor te zorgen, dat door anderen uit te voeren werkzaamheden en/of leveringen, die niet tot het werk van de opdrachtnemer behoren, zodanig en zo tijdig worden verricht, dat de uitvoering van het werk daarvan geen vertraging ondervindt.
6.4 De opdrachtgever vrijwaart de opdrachtnemer desgewenst ten processe, tegen aanspraken van derden wegens schade waarvoor de opdrachtnemer ingevolge de overeenkomst niet aansprakelijk is.
6.5 De opdrachtgever zal het aan de opdrachtnemer toekomende volgens de overeenkomst voldoen.
Artikel 7. Verplichtingen van de opdrachtnemer
7.1 Het werk en de uitvoering daarvan zijn voor verantwoordelijkheid van de opdrachtnemer met
ingang van de datum van aanvang tot en met de dag van oplevering.
7.2 De wijze van uitvoering van het werk moet zodanig zijn, dat voor de opdrachtgever en derden geen nodeloze hinder is te duchten. De opdrachtnemer dient het werk zodanig uit te voeren, dat daardoor schade aan persoon, goed of milieu zoveel mogelijk wordt beperkt.
7.3 De opdrachtnemer wijst de opdrachtgever op fouten en gebreken:
in door de opdracht voorgeschreven constructies, werkwijzen, orders en aanwijzingen;
in de door de opdrachtgever ter beschikking gestelde materialen en hulpmiddelen;
op tegenstrijdigheden in het bestek indien en voor zover deze voor hem kenbaar zijn.
7.4 De opdrachtnemer vrijwaart de opdrachtgever tegen aanspraken van derden tot vergoeding van schade voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht en te wijten is aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van de opdrachtnemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers.
7.5 De opdrachtnemer is bevoegd, zonder overleg met dan wel toestemming van de opdrachtgever, het opgedragen werk geheel of gedeeltelijk door andere erkende bestratingsbedrijven te laten uitvoeren.
Artikel 8. Materialen
8.1 Alle te verwerken bouwstoffen en materialen moeten van goede hoedanigheid zijn, geschikt zijn voor hun bestemming en voldoen aan de gestelde eisen. Indien bouwstoffen, materialen of hulpmiddelen die de opdrachtgever ter beschikking heeft gesteld, dan wel door hem zijn voorgeschreven, gebreken mochten hebben, is de opdrachtgever aansprakelijk voor de daardoor veroorzaakte schade.
8.2 De uit het werk komende bouwstoffen en materialen waarvan de opdrachtgever heeft verklaard dat hij ze wenst te behouden, dienen door hem van het werk te worden verwijderd. Alle andere bouwstoffen en materialen worden door de opdrachtnemer afgevoerd.
8.3 Voor de aangevoerde bouwstoffen en materialen draagt de opdrachtgever het risico van verlies en/of beschadiging vanaf het moment waarop zij op het werk zijn aangevoerd voor de tijd dat deze daar buiten de normale werktijden buiten het toezicht van de opdrachtnemer verblijven.
Artikel 9. Aansprakelijkheid
9.1 De opdrachtnemer is aansprakelijk voor schade aan het werk, aan met het werk in verband staande werken van de opdrachtgever en aan de andere werken en eigendommen van de opdrachtgever, voor zover deze door de uitvoering van het werk is toegebracht en te wijten is aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van de opdrachtnemer, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers. De opdrachtnemer is niet aansprakelijk indien de schade het gevolg is van buitengewone omstandigheden, tegen de schadelijke gevolgen waarvan de opdrachtnemer in verband met de aard van zijn werk geen passende maatregelen heeft behoeven te nemen en het onredelijk zou zijn de schade voor zijn rekening te doen komen.
9.2 De opdrachtnemer is niet aansprakelijk voor het toebrengen van schade aan kabels, buizen en leidingen indien en voor zover hem door of namens de opdrachtgever verstrekte gegevens over de ligging daarvan onjuistheden bevatten of onvolledig zijn, en ook niet indien de ligging niet door de opdrachtgever aan hem is medegedeeld.
9.3 De opdrachtnemer is niet aansprakelijk voor schade aan het werk als gevolg van door de opdrachtgever of in diens opdracht door derden uitgevoerde werkzaamheden.
9.4 De aansprakelijkheid van de opdrachtnemer beperkt zich tot maximaal het bedrag dat zijn aansprakelijkheidsverzekering te dier zake uitkeert.
Artikel 10. Schorsing en beëindiging in onvoltooide staat
10.1 De opdrachtgever is uitsluitend bevoegd de uitvoering van het werk in zijn geheel of voor een gedeelte te schorsen, dan wel in onvoltooide staat te beëindigen indien daartoe gegronde redenen gelden.
10.2 De opdrachtnemer is bevoegd het werk in onvoltooide staat te beëindigen indien:
de schorsing langer dan 1 week duurt;
de voortgang van het werk langer dan 1 week wordt vertraagd door omstandigheden waarvoor de opdrachtgever verantwoordelijk is;
de opdrachtgever een termijnbetaling niet op de vervaldag heeft betaald en 1 week is versteken na de dag dat de opdrachtnemer hem in gebreke heeft gesteld.
10.3 Indien tijdens de uitvoering van het werk blijkt dat het werk of een onderdeel daarvan door een niet aan de opdrachtnemer te wijten oorzaak niet of slechts gewijzigd kan worden uitgevoerd, heeft de opdrachtnemer het recht om in overleg met de opdrachtgever de uitvoering van de overeenkomst aan de omstandigheden aan te passen, dan wel het werk in onvoltooide staat te beëindigen.
10.4 Voorzieningen die de opdrachtnemer moet treffen in de gevallen als bedoeld in het 1e, 2e en 3e lid worden als meerwerk verrekend. Schade, die de opdrachtnemer tengevolge van de schorsing, dan wel de beëindiging in onvoltooide staat, dan wel gewijzigde omstandigheden lijdt, dient hem te worden vergoed.
10.5 In geval van beëindiging van het werk in onvoltooide staat heeft de opdrachtnemer recht op de aanneemsom, vermeerderd met de in het voorgaande lid aangegeven vergoedingen en verminderd met de hem door de beëindiging bespaarde kosten. Aanspraken van de opdrachtnemer op hetgeen overigens terzake van de overeenkomst verschuldigd is, blijven onverlet.
10.6 De opdrachtgever zal het werk onmiddellijk na de beëindiging van het werk overnemen.
Artikel 11. Oplevering
11.1 Het werk is opgeleverd:
nadat de opdrachtnemer hetzij schriftelijk hetzij mondeling aan de opdrachtgever kennis heeft gegeven van de voltooiing van het werk en deze het werk heeft goedgekeurd;
na verloop van 3 dagen nadat de opdrachtnemer schriftelijk aan de opdrachtgever heeft medegedeeld, dat het werk voltooid is en de opdrachtgever heeft nagelaten het werk binnen die termijn op te nemen en van die opneming mededeling te doen aan de opdrachtnemer;
bij ingebruikneming van het werk door de opdrachtgever met dien verstande dat door ingebruikneming van een gedeelte van het werk, dat gedeelte als opgeleverd wordt beschouwd.
11.2 Kleine gebreken die bij de opneming worden geconstateerd en welke gevoeglijk op korte termijn kunnen worden hersteld zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn.
11.3 Bij onthouding van goedkeuring aan het werk is de opdrachtgever verplicht hiervan binnen een week schriftelijk mededeling te doen aan de opdrachtnemer, onder opgaaf van redenen hiervan.
11.4 Na de dag waarop het werk is opgeleverd, is de opdrachtnemer, behoudens kleine gebreken die bij de opneming zijn geconstateerd, niet meer aansprakelijk voor tekortkomingen aan het werk.
Er geldt geen onderhoudstermijn, tenzij anders overeengekomen.
Artikel 12. Betaling
12.1 Na de oplevering dient de opdrachtnemer de gespecificeerde eindafrekening in. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na indiening van de factuur, tenzij anders overeengekomen.
12.2 Indien betaling in termijnen is overeengekomen dient deze telkens plaats te vinden binnen 2 weken na verzending van de desbetreffende factuur.
12.3 De opdrachtnemer is bevoegd het eindbedrag op de factuur te verhogen met een kredietbeperkingstoeslag van maximaal 2%. De toeslag wordt verschuldigd indien de betaling na de vervaldag plaatsvindt.
12.4 De opdrachtgever kan uitsluitend bij eindafrekening een korting toepassen van maximaal € 75, per werkdag in verband met overschrijding van het overeengekomen (op)leveringstijdstip.
12.5 De opdrachtgever is verder niet bevoegd tot inhouding van bedragen op de eindafrekening, tenzij dit uitdrukkelijk in de overeenkomst is toegestaan. In dat geval is inhouding tot een maximum van 5% uitsluitend mogelijk totdat door de opdrachtgever tijdig gemelde gebreken zijn hersteld.
12.6 De opdrachtnemer zal het recht op het hem toekomende saldo geheel of gedeeltelijk kunnen cederen of in pand geven.
Artikel 13. Ingebreke blijven van de opdrachtgever
13.1 Indien de opdrachtgever op de vervaldag nog niet betaald heeft, dient hij over het gefactureerde bedrag vanaf de vervaldag de wettelijke rente te betalen. Indien na verloop van 2 weken na de vervaldag nog geen betaling heeft plaatsgevonden wordt deze rente met 2% verhoogd.
13.2 De opdrachtnemer is bevoegd na verloop van een maand na de vervaldag tot invordering over te gaan, mits hij de opdrachtgever schriftelijk in gebreke heeft gesteld. De aan de invordering verbonden buitengerechtelijke kosten zijn voor rekening van de opdrachtgever. De opdrachtnemer is gerechtigd deze kosten te fixeren op 10 % van de verschuldigde hoofdsom.
Artikel 14. Geschillen
14.1 Beslechting van geschillen waaronder ook die, welke slechts door een der partijen als een geschil wordt beschouwd welke een uitvloeisel zijn van de overeenkomst(en) op basis van deze algemene voorwaarden, zal met uitsluiting van de gewone rechter plaatsvinden door arbitrage volgens de regels zoals beschreven in de Statuten van de raad van Arbitrage voor de bouwbedrijven in Nederland, behoudens in geval van het nemen van conservatoire maatregelen en de voorzieningen om deze in stand te houden.
14.2 In afwijking hiervan kunnen geschillen over zaken of vorderingen over zaken of vorderingen waarvan de waarde niet meer beloopt dan € 5000, ter keuze van de meest gerede partij ter beslechting aan de gewone rechter worden voorgelegd.
Gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht op 28 mei 2004 onder nummer 04156.
Algemene Koop en Verkoopvoorwaarden Bestratingsmaterialen
Artikel 1. TOEPASSING VOORWAARDEN
1.1 Deze koop en verkoopvoorwaarden zijn van toepassing op alle aanbiedingen voor levering van bestratingsmaterialen en op alle overeenkomsten die daaruit voortvloeien.
1.2 Afwijkingen hiervan of aanvullingen hierop zijn slechts geldig voor zover deze van geval tot geval uitdrukkelijk en schriftelijk zijn overeengekomen.
Artikel 2. AANBIEDINGEN
2.1 De verkoper zal schriftelijke aanbiedingen gedurende 30 dagen gestand doen.
2.2 Alle prijsopgaven zijn exclusief omzetbelasting. Het bedrag van de omzetbelasting wordt afzonderlijk in de prijsaanbieding vermeld.
2.3 De in de aanbieding genoemde prijzen zijn gebaseerd op de op de datum van aanbieding geldende belastingen, heffingen, lonen, sociale lasten, materialen en andere kosten. De verkoper is bevoegd verhogingen van een of meer van deze kostencategorieën die na de aanbieding optreden met de prijs te verrekenen.
Artikel 3. OPDRACHT
3.1 De overeenkomst komt tot stand door opdracht tot levering op grond van de aanbieding, tenzij door partijen een nadere schriftelijke overeenkomst wordt gesloten. Partijen zijn vanaf dat moment aan de overeenkomst gebonden, mits de inhoud van de overeenkomst niet binnen een week na verzending van de schriftelijke bevestiging of de nadere schriftelijke overeenkomst wordt betwist.
3.2 Indien geen opdracht wordt verleend is de verkoper slechts dan gerechtigd een vergoeding te vragen voor alle met de prijsaanbieding verband houdende werkelijk gemaakte kosten, índien hij dit heeft bedongen.
Artikel 4. LEVERINGSTERMIJN
4.1 Het tijdstip van levering wordt in de opdrachtbevestiging vastgelegd.
4.2 Niet tijdige levering geeft de koper alleen een aanspraak op schadevergoeding indíen de levering door ernstige schuld van de verkoper is vertraagd.
Artikel 5. LEVERING
5.1 Bij de levering wordt door de verkoper een afleveringsbon verstrekt waarop hoeveelheid, soort en eventueel kwaliteit zijn gespecificeerd. De koper dient deze bon voor ontvangst te tekenen.
5.2 De verkoper is uitsluitend aansprakelijk voor gebreken en tekorten indien deze dadelijk bij aflevering door de koper op de afleveringsbon worden vermeld.
5.3 In afwijking op het voorgaande lid worden klachten omtrent verborgen gebreken van nog niet verwerkte materialen waarvan binnen 4 weken na aflevering schriftelijk mededeling wordt gedaan, door verkoper nog in behandeling geno-men.
5.4 Voor zover de verkoper op de materialen een garantie heeft verstrekt, zullen voor alle tijdens de garantieperiode aan materialen opgetreden gebreken, vervangende materialen worden geleverd, mits de koper het gebrek aannemelijk heeft gemaakt.
5.5 Elke gedeeltelijke levering, waaronder mede wordt verstaan de levering van goederen van een samengestelde order, kan worden gefactureerd; in een dergelijk geval moet betaling plaatshebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 11.
Artikel 6. KEURING
6.1 De koper heeft het recht de materialen bij de aflevering voor zijn rekening te keuren. Bij afkeuring zijn de kosten echter voor rekening van de verkoper.
6.2 Zowel koper als verkoper kunnen ingeval van afkeuring eisen dat een in onderling overleg getrokken door beide gewaarmerkt verzegeld monster wordt bewaard.
Artikel 7. VERVOER
7.1 De materialen zijn voor rekening en risico van de koper vanaf de levering.
7.2 Voor zover de goederen bij de koper dienen te worden afgeleverd, geschiedt de levering steeds naast het voertuig, terwijl de koper verplicht is de materialen aldaar in ontvangst te nemen. Koper en verkoper dragen zorg voor de lossing.
Artikel 8. RETOURZENDINGEN
8.1 Geleverde en geaccepteerde materialen worden over het algemeen niet teruggenomen.
8.2 De verkoper is verplicht materialen met gebreken die nog niet zijn verwerkt op zijn kosten, desgevraagd, terstond af te voeren en te vervangen door materialen van de overeengekomen kwaliteit.
Artikel 9. OVERMACHT
9.1 Omstandigheden van dien aard dat het vorderen van naleving of verdere naleving van de overeenkomst jegens een der partijen kennelijk onredelijk zou zijn, gelden voor die partij als overmacht.
Artikel 10. EIGENDOMSVOORBEHOUD
10.1 De verkoper blijft tot de betaling eigenaar van de geleverde materialen.
10.2 Zonder medewerking van de verkoper is de koper voor de betaling niet bevoegd de goederen zonder medewerking van de verkoper aan derden te verpanden of in eigendom over te dragen.
Artikel 11. BETALING
11.1 De betaling dient zonder schuldvergelijking plaats te vinden binnen een maand na dagtekening van de factuur, tenzij anders overeengekomen.
11.2 De verkoper is bevoegd het eindbedrag op de factuur te verhogen met een kredietbeperkingstoeslag van maximaal 2 % De toeslag wordt verschuldigd indien de betaling na de vervaldag plaatsvindt.
11.3 Tekorten of gebreken aan de geleverde materialen geven de koper in beginsel geen recht tot opschorting van betaling voor hetgeen hem wel geleverd is.
11.4 Indien de opdrachtgever na de vervaldag nog niet betaald heeft, dient hij over het gefactureerde bedrag vanaf de vervaldag de wettelijke rente te betalen. Indien na een periode van 2 weken na de vervaldag nog geen betaling heeft plaatsgevonden, wordt deze wettelijke rente met 2% verhoogd.
11.5 De verkoper is bevoegd na verloop van één maand na de vervaldag tot invordering over te gaan, mits hij de koper schriftelijk in gebreke heeft gesteld. De aan de invordering verbonden buitengerechtelijke kosten zijn voor rekening van de koper.
Artikel 12. ANNULEREN
12.1 Indien de koper de opdracht annuleert en/of de goederen weigert af te nemen, is hij verplicht de door verkoper reeds aangeschafte materialen en grondstoffen, al dan niet be- of verwerkt tegen de kostende prijs, inclusief lonen en sociale lasten aan te nemen en te betalen en is hij overigens jegens verkoper gehouden tot een volledige vergoeding van het reeds gepresteerde. Koper zal eveneens aan verkoper als schadeloosstelling verschuldigd zijn het bedrag van 1/3 van de overeengekomen prijs. Koper is voorts verplicht verkoper te vrijwaren tegen vorderingen van derden als gevolg van de annulering van de opdracht en/of weigering van de goederen.
12.2 Onverminderd het vermelde in het vorige lid van dit artikel behoudt verkoper zich alle rechten voor om volledige nakoming van de overeenkomst en/of volledige schadevergoeding te vorderen.
Artikel 13. GESCHILLEN
13.1 Voor beslechting van de in dit artikel bedoelde geschillen doen partijen afstand van hun recht deze aan de gewone rechter voor te leggen, behoudens ingeval van conservatoiremaatregelen en voorzieningen om deze in stand te houden.
13.2 Alle geschillen, welke ook daaronder begrepen die, welke slechts door een der partijen als zodanig worden beschouwd die tussen koper en verkoper i.v.m. de aanbieding of koopovereenkomst mochten ontstaan, worden beslecht door arbitrage overeenkomstig het Reglement van het Arbitrage Instituut Bouwstoffen (A.I.B.S.) zoals dat Reglement luidt op het tijdstip, waarop het geschil aanhangig wordt gemaakt.
13.3 In afwijking van het voorgaande lid kunnen geschillen die op grond van het gevorderde bedrag tot de competentie van de kantonrechter behoren, ter keuze van de meest gerede partij ter beslechting aan de bevoegde kantonrechter worden voorgelegd.
Gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht op 28 mei 2004 onder nummer 04155.
Voorwaarden: Huur en verhuur GWW materiaal
Artikel 1. Gww-materieel Met gww-materieel worden bedoeld alle gereedschappen, werktuigen, machines en dergelijke, die nodig zijn en bestemd zijn voor een werk of bedrijf op het gebied van de grond-, water- en wegenbouw. In het vervolg zal steeds gesproken worden van “huurobject”.
Artikel 2. Toepasselijkheid Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op iedere te sluiten of gesloten overeenkomst van huur en verhuur van gww-materieel. Indien echter de bijzondere bepalingen uit de overeenkomst afwijken van de Algemene Voorwaarden, dan prevaleren de eerstgenoemde bepalingen.
Artikel 3. Huurprijs
3.1 De huurprijs is verschuldigd over de gehele huurtermijn en wordt berekend per overeengekomen uur, dag of week. Voor overuren met het huurobject te maken of gemaakt alsmede voor verlet- en wachturen kan een andere huurprijs worden overeengekomen.
3.2 De huurprijs is niet verschuldigd indien er tengevolge van zondagen, algemeen erkende feestdagen of op grond van een CAO verplichte (rooster) vrije dagen, niet met het huurobject gewerkt wordt, alsmede gedurende de reparatietijd, benodigd voor herstel van tijdens de huurtermijn ontstane schade aan het huurobject, tenzij deze schade is ontstaan door opzet, grove schuld of nalatigheid van de huurder.
3.3 Tenzij de verhuurder en de huurder uitdrukkelijk en schriftelijk anders zijn overeengekomen, zijn steeds in de huurprijs inbegrepen: - laad- en loskosten gemaakt op het terrein van de verhuurder; - de kosten van normale slijtage van het huurobject.
3.4 In geval van (ver)huur van bemand materieel behoren eveneens tot de huurprijs de loonkosten van de bemanning, vermeerderd met de loonbelasting en de verzekeringspremies volksverzekeringen en werknemersverzeke-ringen.
3.5 Tenzij de verhuurder en de huurder uitdrukkelijk en schriftelijk anders zijn overeengekomen, zijn de navolgende kosten niet in de huurprijs inbegrepen en worden deze door de huurder gedragen: a. bij bemand materieel: kosten van brandstof; b. bij onbemand materieel: kosten van brandstof en smeermiddelen en datgene wat nodig is voor dagelijks onderhoud en normaal gebruik; c. bij zowel bemand als onbemand materieel: - de kosten van het transport ten behoeve van de aan- en afvoer van het huurobject; - de laad- en loskosten op de locatie van het werk; - de verschuldigde omzetbelasting (BTW).
Artikel 4. Veiligheid, gezondheid, milieu
4.1 De verhuurder garandeert dat het huurobject voldoet aan de eisen en normen door de wet of het gebruik gesteld, ten aanzien van veiligheid, gezondheid en milieu.
4.2 In geval van bemand materieel zorgt de verhuurder er voor dat het bedienend personeel voldoet aan zijn wettelijke verplichtingen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu.
4.3 De huurder kan bij het sluiten van de overeenkomst aanvullende eisen stellen indien de omstandigheden of het werkterrein zulks vereisen. Indien zich tijdens de huurtermijn andere omstandigheden voordoen kan de verhuurder aanvullende eisen stellen, die nader gespecificeerd dienen te worden. In dat geval heeft de verhuurder aanspraak op bijbetaling.
Artikel 5. Huurtermijn De huurtermijn vangt aan op de dag c.q. het uur van aanvoer, waarop het huurobject bedrijfsklaar en in goede staat van onderhoud is ontvangen en eindigt op de overeengekomen dag c.q. het overeengekomen uur van afvoer. Wijziging of verlenging van de huurtermijn dient nader te worden overeengekomen.
Artikel 6. Aanvoer huurobject
6.1 De verhuurder is verplicht het huurobject op de dag c.q. het uur van aanvoer bedrijfsklaar en in goede staat van onderhoud ter beschikking van de huurder te stellen. Indien de verhuurder de aanvoer van het huurobject verzorgt, staat hij mede in voor deugdelijke aanvoer.
6.2 De verhuurder zal zijn medewerking verlenen aan het in- of opladen, indien de huurder zorgdraagt voor de aanvoer van het huurobject.
6.3 De huurder zal zijn medewerking verlenen aan het zo spoedig mogelijk lossen en in ontvangst nemen van het huurobject, indien de verhuurder zorgdraagt voor de aanvoer van het huurobject.
6.4 Indien het huurobject kennelijk ondeugdelijk is aangevoerd en/of niet bedrijfsklaar blijkt te zijn, dient de huurder dit terstond, doch uiterlijk binnen 24 uur aan de verhuurder te melden.
Artikel 7. Gebruik en instructie
7.1 De huurder zal het huurobject slechts gebruiken voor het in de overeenkomst aangegeven werk en aantal werkuren. Ander gebruik, langduriger gebruik en onderverhuur door de huurder zijn verboden, tenzij met schriftelijke toestemming van de verhuurder. De huurder zal zorgdragen voor het dagelijks onderhoud en reparaties van ondergeschikt belang.
7.2 In geval van (ver)huur van onbemand materieel is de verhuurder verplicht een gebruiksinstructie te geven. De huurder is verplicht deze instructie op te volgen.
7.3 In geval van (ver)huur van bemand materieel dient de huurder zorg te dragen voor een duidelijke in-structie aan en voorzover nodig voor begeleiding van het bedienend personeel met betrekking tot de uit te voeren werkzaamheden.
Artikel 8. Schade aan het huurobject 8.1 Onder schade aan het huurobject wordt verstaan beschadiging, verlies of vermissing van het huurobject.
8.2 De huurder is verplicht alle schade en defecten, zichtbaar of anderszins kenbaar geworden tijdens de (verlengde) huurtermijn terstond, doch uiterlijk binnen 24 uur aan de verhuurder te melden.
Artikel 9. Aansprakelijkheid voor schade aan het huurobject
9.1 In geval van (ver)huur van een onbemand huurobject is de schade, tijdens de huurtermijn aan het huur-object ontstaan, voor zover gedekt onder de artikelen 3.1.2 (cascoschade) e.v. van de “Algemene Voorwaarden Nederlandse Beurspolis voor Landmaterieel 1991”, voor rekening van de verhuurder. Alle schade welke niet gedekt is op voornoemde polis is voor rekening van de huurder.
9.2 In geval van (ver)huur van een bemand huurobject is alle schade tijdens de huurtermijn ontstaan aan het huurobject voor rekening van de verhuurder.
9.3 De verhuurder is te allen tijde aansprakelijk voor schade aan het huurobject, indien en voor zover deze schade voortvloeit uit het niet voldoen van het huurobject aan eisen en normen ten aanzien van de veiligheid, de gezondheid en het milieu, zoals bedoeld in artikel 4 lid 1.
Artikel 10. Aansprakelijkheid voor schade aan derden
10.1 De verhuurder van een onbemand huurobject is aansprakelijk voor alle schade, tijdens de huurtermijn door en/of met het huurobject aan derden toegebracht voor zover deze schade gedekt is op de aansprakelijkheidsverzekering als genoemd in artikel 11. Alle schade welke niet gedekt is onder deze verzekering is voor rekening van de huurder.
10.2 In geval van huur van een bemand huurobject is alle schade, tijdens de huurtermijn door en/of met het huurobject aan derden toegebracht, voor rekening van de verhuurder.
10.3 De verhuurder is te allen tijde aansprakelijk voor schade door en/of met het huurobject toegebracht aan derden, indien en voor zover deze schade voortvloeit uit het niet voldoen van het huurobject aan de eisen en normen ten aanzien van de veiligheid, de gezondheid en het milieu zoals bedoeld in artikel 4 lid 1.
10.4 De huurder wordt geacht ter zake van de eventuele ligging van kabels en leidingen de melding aan het KLIC te hebben verricht respectievelijk te zorgen voor tekeningen en instructies inzake de exacte ligging.
Artikel 11. Aansprakelijkheidsverzekering
11.1 De verhuurder sluit mede ten behoeve van de huurder en overige gebruikers te goeder trouw een aansprakelijkheidsverzekering, waarop de financiële gevolgen van onderstaande gebeurtenissen zijn verzekerd:
- het geval dat personen worden gedood, lichamelijk letsel oplopen, geestelijk gestoord worden of anderszins in hun gezondheid worden geschaad;
- het geval van materiële beschadiging of verlies van zaken ten gevolge waarvan derden schade lijden in hun vermogen;
veroorzaakt met of door: - het huurobject; - zaken die zich bevinden op of in dan wel gevallen zijn van het huurobject; - zaken die aan het huurobject zijn gekoppeld of na koppeling daarvan zijn losgemaakt en nog niet op een daartoe bestemde plaats zijn gedeponeerd.
11.2 Het verzekerde bedrag zal per gebeurtenis ten minste ƒ 5.000.000,- bedragen.
11.3 In geval het huurobject een motorvoertuig is waarvoor ingevolge de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM), een verzekering verplicht gesteld is, dient deze verzekering, naast de eisen die zijn gesteld in de artikelen 11 lid 1 en 11 lid 2, aan de door de krachtens de WAM gestelde eisen te vol-doen.
11.4 De verhuurder verstrekt op verzoek van de huurder een afschrift van de polis. 11.5 Alle verzekeringsuitkeringen zullen ten gunste van benadeelde(n) worden gedaan.
Artikel 12. Afvoer huurobject
12.1 De huurder is verplicht het huurobject in dezelfde staat van onderhoud, als die bedoeld in artikel 6 lid 1, afgezien van de normale slijtage, op de overeengekomen plaats en dag c.q. uur gereed te hebben voor afvoer, dan wel af te (doen) voeren.
12.2 De huurder zal zijn medewerking verlenen aan het in- of opladen van het huurobject, indien de verhuurder zorg draagt voor de afvoer van het huurobject.
12.3 De verhuurder zal zijn medewerking verlenen aan het lossen van het huurobject, indien de huurder zorg draagt voor de afvoer van het huurobject.
Artikel 13. Betaling
13.1 Tenzij uitdrukkelijk en schriftelijk anders is overeengekomen, geschiedt betaling van aan de verhuurder verschuldigde bedragen zonder enige korting of schuldvergelijking binnen 30 dagen na factuurdatum.
13.2 Facturering dient ten minste eenmaal per maand te geschieden.
13.3 De huurder is ingevolge de Wet Allocatie Arbeidskrachten Door Intermediairs (WAADI) bevoegd een deel van de huurprijs te voldoen door storting op de G-rekening van de verhuurder ter zake van het deel dat gemoeid is met belastingen en premies af te dragen voor het bedienend personeel. De huurder zal van deze bevoegdheid geen gebruik maken, indien de verhuurder aanbiedt om op een andere wijze in dit risico weg te nemen, mits die andere wijze voorziet in een vrijwaring die tenminste gelijkwaardig is aan betaling op een G-rekening.
13.4 Alle kosten van gerechtelijke of buitengerechtelijke invordering van de aan verhuurder verschuldigde bedragen komen ten laste van de huurder.
Artikel 14. Rente en boete
14.1 Alle vorderingen van de verhuurder of de huurder worden onmiddellijk opeisbaar in geval van faillissement of surséance van betaling van de huurder, alsmede in geval van beslaglegging bij de huurder.
14.2 Indien de opeisbare vordering(en) niet is, respectievelijk zijn voldaan binnen de termijn genoemd in de schriftelijke aanmaning, waarin tevens de wettelijke rente ex artikel 119 Boek 6 Burgerlijk Wetboek is aangezegd, is de huurder de geldende wettelijke rente verschuldigd over de vordering(en), zodra die termijn verstreken is.
14.3 Indien de vordering twee weken na het verschuldigd worden van de wettelijke rente, zoals bedoeld in artikel 14 lid 2, nog niet is voldaan, wordt er over de vordering inclusief de wettelijk rente een boete geheven van 2%.
14.4 Het in de vorige leden van dit artikel bepaalde laat het recht tot vordering van schadevergoeding onver-let.
Artikel 15. Opzegging en ontbinding
15.1 Tenzij de verhuurder en de huurder schriftelijk anders zijn overeengekomen, heeft de huurder het recht de overeenkomst op te zeggen met inachtneming van een opzegtermijn van één week.
15.2 Indien de verhuurder zijn verplichtingen terzake van de tijdige en deugdelijke aanvoer respectievelijk medewerking aan in- of opladen zoals bedoeld in artikel 6 niet nakomt, alsmede indien de verhuurder nalatig of weigerachtig blijft na het einde van de overeenkomst het huurobject te ontvangen, heeft de huurder het recht de overeenkomst - zonder dat enige ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst vereist is - als ontbonden te beschouwen, onverminderd zijn recht op schadevergoeding.
15.3 Indien de huurder zijn verplichtingen op grond van deze voorwaarden niet nakomt, heeft de verhuurder het recht de overeenkomst geheel of gedeeltelijk - zonder dat enige ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst vereist is - als ontbonden te beschouwen, onverminderd zijn recht op schadevergoeding. Alsdan mag de verhuurder het huurobject terstond (doen) afvoeren. De verhuurder zal de huurder zo spoedig mogelijk van de ontbinding op de hoogte stellen.
Artikel 16. Geschillen
16.1 Op de overeenkomst van huur en verhuur van gww-materieel en deze daarvan deel uitmakende Algemene Voorwaarden is uitsluitend het Nederlands Recht van toepassing.
16.2 Ieder geschil, daaronder mede begrepen dat geschil, dat slechts door één partij als zodanig wordt be-schouwd, dat naar aanleiding van de overeenkomst of van overeenkomsten, die daarvan een uitvloeisel zijn, tussen de verhuurder en huurder ontstaat, zal aan het oordeel van de bevoegde Nederlandse rechter worden onderworpen.
Toelichting op de overeenkomst en de algemene voorwaarden voor de
huur- en verhuur van gww-materieel
Inleiding De Algemene Voorwaarden voor de huur en verhuur van gww-materieel zijn bestemd voor aannemersbedrijven en exploitanten van materieel op het gebied van de grond-, water- en wegenbouw (gww). De modelovereenkomst en Algemene Voorwaarden zijn opgesteld op initiatief van de stichting Grond-, Water- en Wegenbouw-Overlegorgaan (GWWO). In het GWWO werken samen: - de Vereniging voor Boor-, Kabelleg- en Buizenlegbedrijven (Bolegbo-vok), - de NVWB Bouwers van Infrastructuur - de Ondernemersvereniging Bestratingsbedrijven Nederland (OBN) - de Vereniging Aannemers Grond-, Water- en Wegenbouw (VAGWW) - de Vereniging van Waterbouwers in Bagger-, Kust- en Oeverwerken (VBKO) - de Vereniging Ondernemers Civiele Betonbouw (vocBetonbouw) - de Werkgeversvereniging Railinfra. De overeenkomst Voor de huur en verhuur van gww-materieel sluiten huurder en verhuurder een overeenkomst. Een en ander kan mondeling of schriftelijk geschieden. Het verdient echter aanbeveling ook een mondelinge overeenkomst (bijv. een telefonische) schriftelijk te bevestigen. Voor het sluiten van deze schriftelijke overeenkomst kan het formulier i.c. de bijzondere bepalingen 1 tot en met 10 worden ingevuld en ondertekend. Door ondertekening van de overeenkomst verklaren partijen de Algemene Voorwaarden voor de huur en verhuur van gww-materieel van toepassing. Overigens wordt er op gewezen dat de wederpartij de beschikking moeten kunnen krijgen over de Algemene Voorwaarden vóórdat de overeenkomst wordt gesloten. De initiatief nemende partij doet er goed aan de tekst van deze Algemene Voorwaarden standaard bij de offerte te voegen. Ingeval van een schriftelijke bevestiging van een reeds aangegane mondelinge overeenkomst kan de verhuur-der de overeenkomst aan de huurder (laten) overhandigen voor de in gebruik name van het huurobject en moet de huurder het formulier invullen, ondertekenen en retour zenden aan de verhuurder. T.a.v. genoemde bijzondere bepalingen dient nog gewezen te worden op bepaling 2 “huurobject”. Door bij het huurobject sec ook alle bij het object behorende losse onderdelen als slangen, bakken e.d. te vermelden, wordt bereikt dat de Algemene Voorwaarden van toepassing zijn op het huurobject inclusief al datgene wat erbij hoort. Duurcontracten Bij langdurige verhuur kunnen enkele aanvullende bepalingen worden opgenomen. Deze zijn te vinden op een aparte aanvullende model-overeenkomst. Zie verder de toelichting onder artikel .. Strijdige voorwaarden (“battle of forms”) Het over en weer van toepassing verklaren van algemene voorwaarden (vaak voorwaarden opgesteld door of voor het bedrijf zelf) is een lastig probleem. Doorgaans zal de verhuurder het initiatief nemen wat betreft de toepassing van algemene voorwaarden. Hij brengt immers offerte uit en zal daarin bepaalde voorwaarden aankondigen. Als huurder kan men echter daarvoor al aan de verhuurder vragen de GWWO-voorwaarden toe te passen. Mocht dit niet zijn gebeurd dan dient hij te vragen de offerte op dat punt te herzien. Als verhuurder kan men geconfronteerd worden met een huurder die eigen “inkoopvoorwaarden” wenst te hanteren. In dat geval kan hij het beste met de huurder in overleg treden om de situatie van het over en weer vasthouden aan eigen voorwaarden te voorkomen. Mocht dit alles niet baten en ontaardt een en ander in het vasthouden aan de eigen voorwaarden, dan geldt als stelregel: de voorwaarden van de andere partij moeten altijd schriftelijk en expliciet worden afgewezen onder het (opnieuw) van toepassing verklaren van de eigen voorwaarden, lees de GWWO-voorwaarden.
De Algemene Voorwaarden (toelichting per artikel) Artikel 1. Gww-materieel Hiermee wordt al het materieel bedoeld, dat gebruikt wordt door grond-, water- en wegenbouwbedrijven, met uitzondering van al dan niet zelfvarend materieel, dat wordt gebruikt in de natte waterbouw. Als voorbeelden kunnen worden genoemd schaftketen, gereedschapscontainers, bouwliften, hydraulische graafmachines, meetinstrumenten, autolaadkranen, betonpompen enz. Als bijlage treft u een lijst van materieel aan, die overi-gens niet uitputtend is.
Artikel 2. Toepasselijkheid Zoals hierboven reeds gesteld, gaan de Algemene Voorwaarden gelden zodra de overeenkomst is c.q. de bijzondere bepalingen zijn ondertekend. Bij het sluiten van de overeenkomst kunnen huurder en verhuurder afwijken van hetgeen is bepaald in de Algemene Voorwaarden. Bij strijdigheid tussen de door partijen ingevulde bepalingen en de Algemene Voorwaarden, gaan eerstgenoemde bepalingen voor. Immers hetgeen partijen overeenkomen is toegesneden op de specifieke huurverhouding. Artikel 3. Huurprijs 3.1 Afhankelijk van de werkzaamheden die met het huurobject (een hydraulische kraan, een grondverzetmachine, maar bijvoorbeeld ook een trilplaatje) verricht moeten worden, kan het object voor een bepaalde tijd gehuurd worden: een paar uren, een paar dagen of een paar weken. De gewenste tijdseenheid kan in de overeenkomst worden aangegeven (bepaling 3). Per tijdseenheid wordt een prijs afgesproken. De overeenkomst biedt de mogelijkheid voor overuren/wacht- en verleturen een afwijkende prijs te bepalen. Van verleturen is met name sprake bij onwerkbaar weer. Een dag kan onwerkbaar zijn als gevolg van regen, wind, temperatuur of de gevolgen van vorst. Volgens de Uniforme Administratieve Voorwaarden (UAV) bijvoorbeeld kan een werkdag respectievelijk een halve werkdag als onwerkbaar worden beschouwd, wanneer daarop door omstandigheden buiten de aansprakelijkheid van de aannemer gedurende tenminste vijf werkuren, respectievelijk tenminste twee uren, door het grootste deel van de arbeiders of machines niet kan worden gewerkt (zie paragraaf 8.2 UAV en ook paragraaf 42.3). 3.2 Door het huren van materieel krijgt de huurder de beschikking over het huurobject en kan hij dit object tijdens de huurtermijn gebruiken op het moment dat dit hem schikt. Op bepaalde dagen echter kan/mag er in Nederland niet gewerkt worden, zoals op zon- en feestdagen, zodat de huurder op die dagen wel de beschikking over het huurobject heeft, maar het object niet kan/mag gebrui-ken. Aangezien ieder van tevoren weet dat deze dagen in de huurtermijn vallen, is het redelijk dat in de Algemene Voorwaarden is bepaald dat over deze niet-werkdagen geen huurprijs behoeft te worden betaald. Ook in geval van schade aan het huurobject, waarbij het huurobject gerepareerd moet worden, is geen huurprijs verschuldigd, aangezien de huurder geen gebruik van het object kan maken. Dit laatste geldt niet wanneer de schade is ontstaan door opzet, grove schuld of nalatigheid van de huurder. In 3.3, 3.4 en 3.5 staat vermeld welke kosten in de huurprijs begrepen zijn, respectievelijk welke kosten apart door de huurder moeten worden betaald. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen bemand en onbemand materi-eel. Wanneer partijen een afwijkende kostenverdeling wensen te maken, kunnen zij dat op de overeenkomst onder bepaling 10 opnemen. Tenzij partijen anders afspreken is “normale slijtage” in de huurprijs inbegrepen. In zijn algemeenheid is niet aan te geven wanneer van meer dan normale slijtage sprake is. Het is bijvoorbeeld gebruikelijk bij betoninstal-laties vooraf een prijs per m3 af te spreken voor slijtage. Dit is ook het geval in de natte aannemerij voor bijvoorbeeld zandpompen. Indien er sprake zou zijn van (andere) extreme omstandigheden en bijzondere risico’s zou een dergelijke afspraak voor de hand liggen, mits dit aan de hand van een objectieve norm kan worden vastgelegd. Artikel 4. Veiligheid, gezondheid, milieu In de Europese Unie en derhalve ook in Nederland ontstaat steeds meer regelgeving over de veiligheid van apparaten, instrumenten, machines enz., alsmede t.a.v. de effecten hiervan op de gezondheid en het milieu. De huurder mag ervan uitgaan, dat het huurobject voldoet aan alle vereisten die in dit kader gebruikelijk zijn. Indien het huurobject niet aan deze vereisten blijkt te voldoen en met het huurobject schade wordt veroorzaakt, is de verhuurder hiervoor aansprakelijk. Door omstandigheden kan het noodzakelijk zijn aanvullende eisen aan het huurobject te stellen, bijvoorbeeld omdat gewerkt moet worden in verontreinigde grond. De huurder dient in dat geval deze eisen nader in de overeenkomst te specificeren. Men raadplege voor de keuringseisen het handboek Arbeidsmiddelen van de Stichting Arbouw. Aan het bedienend personeel van de verhuurder mogen dezelfde eisen worden gesteld die de huurder wettelijk aan zijn eigen mensen dient te stellen. Ook door de sector ontwikkelde certificatietrajecten e.d. kunnen resulteren in eisen die aan personeel en materieel mogen worden gesteld. Dit type eisen valt onder de werking van lid 3. Artikel 5. Huurtermijn Zoals bepaald in artikel 3 van de Algemene Voorwaarden is de huurprijs verschuldigd over de gehele huurter-mijn. Het is derhalve van belang de aanvang alsmede het einde van de huurtermijn goed vast te leggen. Om te voorkomen dat huur betaald moet worden over de dag van aanvoer, terwijl het huurobject pas aan het eind van de dag is geleverd en niet meer op die dag kan worden gebruikt, kan in de overeenkomst het tijdstip van aanvoer nader worden aangeduid. Indien tijdens de uitvoering van het werk blijkt dat de huurtermijn verlengd moet worden, dan wel onderbroken en op een later tijdstip worden voortgezet, dient dit nader te worden overeengekomen. In de praktijk worden hierover veelal mondelinge afspraken gemaakt. Afgezien van het feit dat ook een mondelinge overeenkomst geldig is, verdient het aanbeveling e.e.a. schriftelijk vast te leggen om later bewijs-problemen te voorkomen.
Artikel 6. Aanvoer huurobject Uiteraard moet de verhuurder er voor zorgen dat het huurobject deugdelijk wordt aangevoerd en bruikbaar is voor de huurder. Mocht het huurobject bij in gebruik name niet goed blijken te werken, dan moet de huurder dit melden aan de verhuurder. De huurder en de verhuurder kunnen vervolgens in onderling overleg bepalen, wat er met het huurobject moet gebeuren (reparatie, vervanging enz.). Artikel 7. Gebruik en instructie De huurder dient het huurobject te gebruiken, voor het doel (de werkzaamheden) waarvoor hij het gehuurd heeft (bepaling 7 in de overeenkomst). Het is dus niet de bedoeling dat de huurder het huurobject voor iets heel anders gebruikt, aan anderen uitleent, in gebruik geeft of doorverhuurt, tenzij hij daarvoor schriftelijk toestemming heeft gekregen van de verhuurder. Deze schriftelijke toestemming is essentieel. Immers, indien bijvoorbeeld een onderhuurder schade toebrengt aan het huurobject en de verhuurder geen toestemming voor onderhuur heeft verleend, is de schade voor rekening van de huurder. Door de verplichting van het verlenen van toestemming kan de verhuurder bovendien enig zicht houden op zijn materieel. Ter verduidelijking van de begrippen “normaal gebruik” en “dagelijks onderhoud” kunnen de volgende definities gebruikt worden:
- normaal gebruik: gebruik in overeenstemming met de bedieningsvoorschriften, het gebruiksdoel en de capaciteit van het materieel, zoals door de verhuurder kenbaar is gemaakt, of al bekend was bij de huurder.
- dagelijks onderhoud: de door de verhuurder voorgeschreven routinematige controle, reiniging en onder-houd van het materieel ter voorkoming van slecht, onjuist en onveilig functioneren.
Bij bemand materieel moet van een nauwkeurige instructie sprake zijn en moet er zo nodig voor worden gezorgd dat het bedienend personeel goed wordt begeleid. Het huurobject en het personeel samen vormen een instrument van de uitvoering. De verhuurder noch zijn personeel zijn gehouden geheel zelfstandig een werk tot stand te brengen. Daarvoor is de figuur van (onder-) aanneming van werk meer geschikt. Artikel 8. Schade aan het huurobject Schade aan het huurobject dient terstond aan de verhuurder gemeld te worden, opdat onmiddellijk actie ondernomen kan worden. E.e.a. heeft o.a. betekenis voor de betaling van de huurprijs (zie artikel 3 lid 2). Artikel 9. Aansprakelijkheid voor de schade aan het huurobject 9.1 Wie is aansprakelijk voor de schade aan het onbemande huurobject? Aansprakelijk betekent: wie kan hiervoor worden aangesproken, wie moet betalen (niet te verwarren met: wie is de schuldige). Vaak wordt uitgegaan van het feit dat degene die schade veroorzaakt de reparatie/vervanging betaalt. In de onderliggende voorwaarden is uitgegaan van het volgende: De verhuurder, die (meestal) eigenaar is van de verschillende huurobjecten, is degene die het meeste belang heeft bij het wel en wee van het huurobject. Hij is ook degene die het meeste belang heeft bij het verzekeren, dan wel het opnemen van een voorziening in de jaarrekening voor cascoschade. Bovendien zal hij bij aanwezigheid van meerdere objecten goedkoper kunnen verzekeren dan de huurder. Met inachtneming van het voorgaande is derhalve bepaald dat de verhuurder in beginsel aansprakelijk is voor cascoschade. De huurder zal slechts aansprakelijk zijn voor schade welke niet gedekt is op de Beurspolis voor Landmaterieel 1991, alsmede voor schade die ontstaat door opzet of grove schuld. Een verplichting tot het sluiten van een cascoverzekering is in de Algemene Voorwaarden niet vastgelegd, aangezien men in de verhuurderswereld niet altijd een cascoverzekering heeft of wenst te hebben. Dit laat echter onverlet de aansprakelijkheid als hierboven omschreven. 9.2 Ingeval van bemande verhuur mag de huurder uitgaan van de deskundigheid van de bemanning. De huurder heeft met het huurobject sec niets te maken en kan dan ook redelijkerwijs niet aansprakelijk gesteld worden voor schade hieraan. 9.3 Artikel 4.1 van de Algemene Voorwaarden verplicht de verhuurder er voor in te staan, dat het huurobject aan alle geldende veiligheids-, gezondheids- en milieu-eisen voldoet; zo niet dan is de verhuurder aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade. Artikel 10. Aansprakelijkheid voor schade aan derden 10.1 Tijdens de uitvoering van het werk kan ook schade toegebracht worden aan een derde of aan diens eigendommen. In deze Algemene Voorwaarden (artikel 11) is de verhuurder verplicht een verzekering te sluiten die deze schade dekt en waarop de huurders zijn meeverzekerd. De huurder is bij onbemande verhuur aansprakelijk voor de schade die uitgesloten is op de polis van de aansprakelijkheidsverzekering. 10.2 Bij bemande verhuur heeft de huurder, zoals reeds gesteld, geen invloed op het huurobject. De aansprakelijkheid voor niet op de polis gedekte schade blijft derhalve bij de verhuurder. 10.3 Artikel 4.1 van de Algemene Voorwaarden verplicht de verhuurder er voor in te staan, dat het huurobject aan alle geldende veiligheids-, gezondheids- en milieu-eisen voldoet; zo niet, dan is verhuurder aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade. 10.4 Degene die gaat graven doet er in de meeste gevallen verstandig aan zich er van te vergewissen dat er zich ter plaatse geen kabels, buizen en andere leidingen onder de grond bevinden. Bij een overeenkomst van huur en verhuur moet er van worden uitgegaan dat dit de verhuurder is. In de praktijk komt het er op neer dat hierover alleen voldoende zekerheid kan worden verkregen via een melding aan het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC). De verhuurder is daarvoor verantwoordelijk.
Deze Klic’s zijn bereikbaar onder de volgende telefoonnummers: Klic Noord: 0512 - 51 58 58 Klic Oost: 038 - 332 70 90 Klic West: 06 - 8300 Klic Zuid: 073 - 549 54 95 Aan een en ander doet niet af dat volgens de UAV de directie vóór de aanvang van het werk een bouwbespre-king dient te beleggen met de aannemer en de leidingbeheerders, waarbij de aannemer wordt ingelicht omtrent de ligging van de zich in of nabij het werk en het werkterrein bevindende ondergrondse kabels en leidingen en waarbij wordt vastgesteld wat daarmee moet geschieden (zie paragraaf 5, eerste lid UAV). Verdeling aansprakelijkheid samengevat Ter verduidelijking van de artikelen 9 en 10 volgt hierna een schematische weergave van wie aansprakelijk is voor cascoschade, dan wel schade aan derden in geval van verhuur van bemand en onbemand materieel. Wie is aansprakelijk? schade casco derden materieel verhuurder (art. 9.2) verhuurder (art.10.2) bemand verhuurder voorzover verhuurder: voorzover gedekt gedekt op Beurspolis op aansprakelijkheidsverzekering (art. 9.1) van art. 11 (art. 10.1) onbemand huurder: voor zover niet huurder: voor zover niet gedekt gedekt op Beurspolis op aansprakelijkheidsverzekering (art. 9.1) van art. 11 (art. 10.1).
Artikel 11. Aansprakelijkheidsverzekering 11.1 Zoals in de toelichting bij artikel 10 lid 1 genoemd moet de verhuurder een aansprakelijkheidsverzeke-ring tegen schade aan derden afsluiten, waarop de huurders zijn mee verzekerd, alsmede “de gebruikers te goeder trouw”; dit zijn de andere gebruikers van het huurobject, voor wie de verhuurder schriftelijke toestem-ming heeft verleend (zie artikel 7 lid 1 en de toelichting daarop). Onder de aandachtsstreepjes van artikel 11 lid 1 staan de soorten schade genoemd, die derden kunnen oplo-pen, alsmede de oorzaken daarvan. In het algemeen hebben bedrijven reeds een aansprakelijkheidsverzekering. Deze verzekering geldt voor al het materieel, klein materieel niet uitgezonderd, dat door het bedrijf gebruikt wordt, en wordt niet per huurobject gesloten. In het uitzonderingsgeval dat het bedrijf nog geen aansprakelijkheidsverzekering heeft, is het bedrijf verplicht deze verzekering in geval van verhuur af te sluiten. Ook dan geldt de verzekering niet alleen voor het huurobject (op grond van deze Algemene Voorwaarden), maar voor al het materieel. 11.2 De minimumdekking van de verzekering dient per gebeurtenis ƒ 5 miljoen te bedragen. 11.3 Rijdende kranen en andere motorvoertuigen die als huurobject worden verhuurd, moeten uiteraard vol-doen aan de eisen van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorvoertuigen. 11.4 De polis van de aansprakelijkheidsverzekering kan door de huurder opgevraagd worden om te zien welke risico’s hij loopt. Deze risico’s kunnen eventueel door de huurder zelf verzekerd worden. Artikel 12. Afvoer huurobject In bepaling 8 van de overeenkomst kan aangegeven worden wie voor het vervoer van het huurobject zorg draagt. Ongeacht de persoon die het vervoer verzorgt, dient het huurobject aan het eind van de huurtermijn in dezelfde staat als waarin het is aangeleverd gereed te staan voor vervoer. Artikel 13. Betaling In beginsel dient de huurder binnen 30 dagen na factuurdatum te betalen. Indien de huurder en verhuurder een afwijkende betalingsperiode wensen, kunnen zij dit onder bepaling 10 van de overeenkomst opnemen. 13.3 De nieuwe bepaling van artikel 13.3 is opgenomen omdat bij het huren van bemand materieel moet worden uitgegaan van inlening van personeel volgens de WAADI. Als huurder kan men hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Bij huur wordt gewerkt onder leiding en toezicht van de huurder/inlener. Dit in afwijking van onderaanneming. De aansprakelijkheid van de huurder omvat de afdracht van premies en belastingen en ook BTW. Artikel 14. Rente en boete Indien de huurder de betalingstermijn zonder te betalen heeft laten verlopen, vervolgens een aanmaning ont-vangt, waarin staat, dat hij binnen bijv. 30 dagen moet betalen en hij betaalt binnen die 30 dagen nog niet, dan moet hij over dat hele bedrag wettelijke rente betalen. Deze wordt bij Algemene Maatregel van Bestuur vastgesteld door het Ministerie van Justitie. In de afgelopen jaren bedroeg de wettelijke rente: - per 1 - 1 - 1995: 8% - per 1 - 1 - 1996: 7% - per 1 - 7 - 1996: 5% - per 1 - 1 - 1998: 6% - per 1 - 1 - 1999: 6% Op dat moment is “de vordering opeisbaar”; wat de verhuurder van de huurder (met name de huurprijs) nog moet ontvangen, mag dan in rechte (= voor de Kantonrechter of de Rechtbank) opgeëist worden. Als de huur-der na de tweede aanmaning om de huurprijs en de wettelijke rente te betalen opnieuw in gebreke blijft, wordt nog een boeterente opgelegd van 2%. Artikel 15. Opzegging en ontbinding 15.1 Aangezien het hier doorgaans overeenkomsten betreft, die geen lange looptijd hebben, is de opzegtermijn voor de huurder op één week gesteld. Echter afhankelijk van de huurtermijn kunnen partijen een afwijkende opzegtermijn overeenkomen (bepaling 9 van de overeenkomst). N.B.: Niets invullen op de overeenkomst ten aanzien van de opzegtermijn betekent niet dat er geen opzegter-mijn is, maar dat artikel 15 lid 1 van toepassing blijft (opzegtermijn: één week). 15.2 Indien de verhuurder het huurobject niet in deugdelijke staat heeft aangevoerd, of het huurobject niet bedrijfsklaar blijkt te zijn, dan mag de huurder het contract zonder meer ontbinden. 15.3 Ook de verhuurder mag het contract ontbinden, indien de huurder zijn verplichtingen niet nakomt; de verhuurder mag het huurobject dan weghalen, nadat hij de huurder hiervan in kennis heeft gesteld. Artikel 16. Geschillen 16.1 Voor bedrijven, die (ook) met het buitenland zaken doen, is bepaald dat op deze overeenkomst en Alge-mene Voorwaarden het Nederlands Recht van toepassing is. 16.2 Indien een geschil niet tussen partijen kan worden opgelost, is een procedure bij de gewone rechter mogelijk. Afhankelijk van het soort vordering alsmede de hoogte van de vordering kunnen partijen (maar ook slechts één partij) hun geschil voorleggen aan de Kantonrechter dan wel bij de Rechtbank. De grens voor de behandeling bij de Kantonrechter ligt bij ƒ 10.000,-. Het begrip “bevoegde Nederlandse rechter” staat tegenover arbiters of bindend adviseurs, die op grond van hun bijzondere kennis, bijv. in de bouw, mogen oordelen over bijzondere geschillen (bouwgeschillen). Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat het berechten van geschillen door bijzondere rechters altijd uitdrukkelijk door partijen moet worden overeengekomen. Daarnaast wordt er op gewezen dat een dreigend geschil - zonder dat van een definitieve beslechting kan wor-den gesproken - ook kan worden voorgelegd aan een bemiddelaar (mediator), zoals bijvoorbeeld geregeld in het reglement van het Nederlands Mediation Instituut. Duurcontracten Op een aparte model-overeenkomst zijn enkele bepalingen opgenomen in verband met langdurige contracten. Duidelijk dient de periode te worden aangegeven, waarbinnen het in een bijlage vermelde materieel gehuurd wordt. Het verdient aanbeveling per huurtermijn het type huurobject, de lengte van de huurtermijn, de binnen de termijn vallende vrije dagen en reparatietijd, het aantal over-, verlet- en wachturen alsmede eventuele vervoerskosten te registreren, een en ander op een tussen partijen overeen te komen wijze. Op basis van deze registratie kan dan ook (periodiek) de afrekening plaatsvinden.
Tot slot nog een opmerking over de huurprijs. Hierboven is reeds gesteld dat deze prijzen vooraf duidelijk overeengekomen dienen te worden Gewezen wordt op het feit dat deze overeenkomst geen risicoregeling bevat. Wanneer een contract voor een langere periode wordt afgesloten en verwacht wordt dat binnen die periode kostenstijgingen zullen optreden, zou een bepaling - waarin de verhuurder zich het recht voorbehoudt dergelijke wijzigingen met de huurder te verrekenen - overwogen kunnen worden. Gedeponeerd ter griffie van de arrondissementsrechtbank te ‘s-Gravenhage op 24 december 1999.